Jan Bessembinders (CDA)
Jan Bessembinders (CDA) Agnes Vendrig

Column Jan Bessembinders, CDA Woudenberg

Column

Delen, delen, delen

Wie mij een beetje kent, weet dat ik graag werk maak van duurzame mobiliteit. Zo span ik me in voor meer laadpalen in Woudenberg, een betere busverbinding, meer stallingsmogelijkheden voor fietsen en meer deelauto’s in ons dorp. Omdat vrienden grinnikend beweren dat ik echt de enige Woudenberger ben die gelooft in deelauto’s, maak ik in deze column opnieuw werk van mijn persoonlijke kruistocht. Zeker nu ik vorige week samen met een ander raadslid vragen in de Raad heb gesteld waarom deelmobiliteit in Woudenberg niet van de grond komt. Mooi, dan zijn we in ieder geval met zijn tweeën.

Woudenbergers zijn blijkbaar verknocht aan hun auto. Kijk je in het bijzonder naar Woudenbergse jongeren van 18 tot 25 jaar, dan heeft volgens het CBS 40% van hen een eigen auto. In Leusden is dat 32%, in Utrechtse Heuvelrug 30% en in Amersfoort 29% (cijfers uit 2018). Ter vergelijking: In Den Haag heeft 19% van de jongeren een eigen auto en in de Republiek Amsterdam is dat nóg minder: 14%. Het lage autobezit is in steden volgens het CBS onder andere toe te schrijven aan het lagere rijbewijsbezit. Daarnaast zijn in grote steden parkeerplaatsen schaars en voorzieningen vaker dichtbij en kan er meer gebruik worden gemaakt van alternatieven voor de auto, zoals het openbaar vervoer en de fiets. Met een beetje omgekeerde logica zou je uit hoog rijbewijsbezit, voldoende parkeerruimte en minder fijnmazig OV kunnen verklaren dat Woudenbergers daarom liever kiezen voor een eigen auto. Dat rechtvaardigt in ieder geval vragen aan Provinciale Staten over de krakkemikkige busverbindingen (*) in onze regio - maar daarover een volgende keer. Nu gaat het over de deelauto.

Duur meubelstuk
Ik snap dat je in onze regio liever op safe speelt met een eigen auto, of met een tweede auto naast de gezinsauto. Zeker als je vijf dagen per week naar je baan in Barneveld, Renswoude of Zeist moet. Maar de waarheid is dat een auto 90% van zijn tijd bij jou voor de deur of op je oprit werkloos staat te wezen. Gras te happen. Vogelpoep op te vangen. Da’s een duur meubelstuk daar op je oprit. En met de bus kom je – ik zei het net – niet overal. De deelauto kan dan een aantrekkelijk alternatief van deur tot deur zijn, zonder dat je eerst een eigen auto moet aanschaffen of van een ander moet lenen.

Vreemd
Maar dan moeten ze wél beschikbaar zijn in Woudenberg. Hier staat er namelijk maar eentje. Ja echt: 1 deelauto. Aan de Plantage. 1 Deelauto op 13.000 inwoners. In Leusden hebben ze 4 deelauto’s en dus is dat 1 per 7.700 inwoners, in Amersfoort 1 per 1.397 en in de Republiek Amsterdam zijn er voor 918 duizend hoofdstedelingen 1.826 deelauto’s beschikbaar: 1 auto per 502 inwoners. Deze berekening is gebaseerd op 2 bekende deelconcepten, dus in werkelijkheid tellen de grote steden nog veel meer beschikbare deelauto’s. Plus goed openbaar vervoer en uitstekende fietspaden. Vreemd dat Woudenberg - en ons dorp is daar niet uniek in - dan maar 1 deelauto heeft staan.

Geen businesscase?
Ons College wil serieus werk maken van meer deelauto’s, maar krijgt te horen “dat de businesscase moeilijk rond te rekenen is.” Lees: er wordt niet genoeg gebruik van gemaakt om er meer van in Woudenberg neer te zetten. Huh? Met 13.000 inwoners wordt er te weinig gebruik van gemaakt? Hoe bestaat dat? Misschien wist je niet eens dat je in ons dorp een deelauto kunt huren en dan wist je ook niet waar die staat. Maar nu weet je dat dus wel. Probeer het daarom gewoon eens. Eens zien hoe snel er wél een businesscase voor meer deelauto’s komt in ons dorp.

* Over die busverbindingen heb ik trouwens nog een tip: probeer voor de lol eens met het OV van Woudenberg naar Maarn te reizen. Na ruim een uur, twee bussen én een trein richting Breukelen, kom je eindelijk aan op je bestemming. Lopen gaat sneller!