Afbeelding
Gemeente Woudenberg

Column Henk-Jan Molenaar wethouder

Column

Tour de Boer

Woudenberg heeft een prachtig buitengebied, zowel de bossen rondom het Henschotermeer en Pyramide, als een groot agrarisch gedeelte. Het buitengebied krijgt vanaf het begin van mijn wethouderschap, nu 1,5 jaar geleden, veel politieke en maatschappelijke aandacht. De opgaven vanuit het Rijk en provincie op het gebied van bijvoorbeeld water, klimaat en stikstof zijn immers groot. Naast mijn bestuurlijke rol in het Heuvelrugoverleg (vanuit Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug) en de periodieke overleggen met enkele lokale LTO vertegenwoordigers, ben ik ruim een half jaar geleden gestart met het bezoeken van individuele agrariërs. Deze bezoeken helpen mij een beter beeld te krijgen van de agrarische sector in Woudenberg. Ik benut de ruimte van deze column graag om wat leerzame dingen te delen vanuit deze bezoeken.

Gemiddeld genomen zijn de Woudenbergse agrarische bedrijven gezonde en vitale familiebedrijven, waarvan er veel een opvolger hebben met een duidelijke wens en hoop om door te kunnen gaan. In een enkel geval hoor ik dat de opvolging juist vanwege alle onzekerheid in de sector onder druk staat.

Maar tegelijk bestaat de gemiddelde boer niet, er is sprake van grote diversiteit. Als uitersten zijn er aan de ene kant de traditionele dierverzorgers: ze genieten van de dagelijkse zorg voor en contact met hun dieren en hopen dat ze dat nog een poosje mogen blijven doen. Aan de andere kant heb je de agrarische ondernemers: zeer goed geïnformeerde boeren, die actief bezig zijn met maatschappelijke vraagstukken en die lokaal, provinciaal of landelijke actief zijn in allerlei agrarische besturen.

Daarmee is elke boer anders, ja, zelfs elke stal is anders. Zeker aan de ondernemende kant van de sector zie ik allerlei zelfbedachte (kleine) innovaties op het eigen erf: van een soort melkrobot voor kalfjes om ze van gelijkmatige melk te voorzien tot een zelfvoorzienend warmtesysteem voor woning en stallen vanuit urine en mest.

Wat verder opvalt in Woudenberg en de bredere Gelderse Vallei is dat er sprake is van veel gemengde bedrijven. Bedrijven die de verschillende sectoren pluimvee, melkvee en varkens combineren. Eén van de boeren met een biologische pluimveetak en een andere niet biologische tak maakte duidelijk dat het niet hebben van een biologisch keurmerk niet meteen betekent dat je slecht voor je dieren zorgt. Hij verzuchtte: “je denkt toch niet dat ik voor mijn andere dieren minder goed zorg dan voor mijn biologische kippen?”

Een groot zorgpunt is het grote wantrouwen richting de overheid door alle nieuwe kwesties waarmee de sector de afgelopen jaren telkens weer werd geconfronteerd. Er is onbegrip over de onbekendheid bij Rijk en provincie over wat er lokaal allemaal al gebeurt en dat alle reeds gerealiseerde verbeteringen (bijvoorbeeld op het gebied van stikstofreductie en biodiversiteit) niet erkend worden. Oftewel, er zijn zorgen dat er landelijk gewoon geen goed beeld is van wat er daadwerkelijk in de stal gebeurt.

Ik sluit graag af door mijn waardering uit te spreken voor onze agrariërs. De passie waarmee ze de belangrijke taak van voedselproductie vervullen, voor hun dieren zorgen en een groot deel van ons prachtige landschap beheren is bewonderenswaardig. Graag ga ik met hen in een lokaal gebiedsproces aan de slag met de opgaven die er liggen, waarbij we de stoppende boeren willen faciliteren, maar perspectief bieden aan de blijvende boeren het belangrijkste is. En mijn bezoeken zet ik uiteraard ook door. Want ik heb al veel geleerd, maar er is vast en zeker nog veel meer te leren. Aangezien Woudenberg bijna 80 agrarische bedrijven telt, kan ik voorlopig nog wel even vooruit.