Afbeelding
Niels Wolterink

Samen optrekken voor winkeliers

wo 12 jan 2022, 16:10 Algemeen

WOUDENBERG De gemeente Woudenberg zoekt naar manieren om samen met anderen op te trekken om niet-essentiële winkels te openen.

De waarnemend burgemeester van Barneveld Jan Luteijn heeft een brief aan minister-president Mark Rutte gestuurd om hem te vragen de niet-essentiële winkels in plattelandsgemeenten toe te staan de deuren te openen.

De waarnemend burgemeester van Scherpenzeel, Wimar Jaeger, heeft een brief gestuurd naar de voorzitter van zijn Veiligheidsregio met dezelfde vraag.

In zijn brief geeft hij aan dat hij weliswaar het kabinetsbeleid steunt, maar dat voor niet-essentiële winkels in plattelandsgemeenten iets over het hoofd is gezien. Hij wijst er op dat winkelstraten in een dorp als Scherpenzeel veel minder druk zijn dan de Kalverstraat in Amsterdam.

Hij stelt dat de lokale winkels in dorpen als Scherpenzeel een belangrijke rol in het dorpsleven spelen en dat faillissementen tot verpaupering en leegstand leiden. In het belang van de gemeenschap moeten de winkels snel open. Anders zou er een faillissementsgolf volgen met dramatische gevolgen voor het dorp.

Op de vraag of het college van burgemeester en wethouders ook voor de Woudenbergse winkeliers gaat pleiten, antwoordt de afdeling communicatie: ‘Als gemeente begrijpen wij de oproepen en herkennen wij het signaal om niet essentiële winkels weer te openen. 

Het is opnieuw een harde klap voor ondernemers, verschrikkelijk en wij kunnen ons goed voorstellen dat de moed verder in hun schoenen zakt. Helaas lopen de besmettingen nog steeds op. 

Als gemeente hebben wij niet de touwtjes in handen, maar wij zoeken naar een manier om collectief op te trekken en aan te dringen bij het kabinet om te doen wat mogelijk en noodzakelijk is. Samen staan we tenslotte sterker!’

In het voorjaar van 2021 nam Scherpenzeel het voortouw om winkeliers te helpen. Het Woudenbergse college van burgemeester en wethouders reageerde toen veel terughoudender. 

Tot afschuw van de winkeliersvereniging, die vond dat Woudenberg het braafste jongetje van de klas was.